• Ernst-Jan Dubbeldam

Faillissementsmode en haar grillen?


De pre-pack is de laatste jaren met veel geduw en getrek van lobbyende partijen tot wetgeving gepromoveerd. Naar aanleiding van de Estro pre-pack zaak concludeert de advocaat-generaal (AG) van het Hof van Justitie dat de regels van overgang van onderneming op een dergelijke prepackprocedure van toepassing zijn. Misschien een eerste stap richting het einde van deze faillissementsmodegril...?

Achtergrond Casus Het gaat hier om het faillissement van de Estro Groep B.V. in 2014. Op 5 juli 2014 ondertekenen de curator en Smallsteps een koopovereenkomst; Smallsteps koopt de onderneming met circa 250 kinderopvangverblijven van de Estro Groep en neemt circa 2600 medewerkers van de Estro Groep over, met ingang van de datum van het faillissement. Meer dan 1000 werknemers zijn uiteindelijk ontslagen. De FNV en vier werknemers (die buiten de boot vallen) hebben beroep ingesteld bij de rechtbank. Zij verzoeken dat wordt vastgesteld dat Richtlijn 2001/23/EG van toepassing is op de tussen de curator en Smallsteps gesloten pre-pack en dat er dus van moet worden uitgegaan dat de vier medeverzoeksters van rechtswege in dienst van Smallsteps zijn, met behoud van hun arbeidsvoorwaarden. Prejudiciële vragen De kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland stelt een aantal prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie (ECLI:NL:RBMNE:2016:954), onder andere de vraag op wat het lot is van de werknemers van de onderneming die het voorwerp van een pre-pack is. Meer specifiek vraagt rechter het Hof van Justitie of de bij richtlijn 2001/23/EG ingevoerde bescherming van de werknemers bij de overgang van een onderneming al dan niet geldt in het kader van de pre-pack zoals die zich in de praktijk in Nederland heeft ontwikkeld. Geen faillissementsprocedure

De AG stelt dat de procedure zoals dit zich in Nederland heeft ontwikkeld en die tot de sluiting van een pre-pack leidt, kan niet worden aangemerkt als een faillissementsprocedure of een soortgelijke procedure met het oog op de liquidatie van het vermogen van de vervreemder onder toezicht van een bevoegde overheidsinstantie in de zin van art. 5 lid 1 Richtlijn 2001/23/EG. Deze pre-pack procedure valt hierdoor niet onder de hierin opgenomen uitzondering, zodat de bij de artikelen 3 en 4 Richtlijn 2001/23/EG geboden bescherming van toepassing is op de overgang van een onderneming of van de nog levensvatbare onderdelen daarvan die in het kader van een dergelijke pre-pack plaatsvindt. Overeenstemming richtlijn Voor zover de Nederlandse faillissementsprocedure in geval van een overgang van een onderneming in het kader van een pre-pack niet erin voorziet dat de werknemers van de overgedragen onderneming (of van de overgedragen onderdelen daarvan) geen bescherming genieten, is deze procedure niet in overeenstemming met die richtlijn. Maximalisatie uitbetaling schuldeisers Gelet op het feit dat de procedure die tot de sluiting van een pre-pack leidt, de voortzetting van de exploitatie van de onderneming (of van de overgedragen levensvatbare onderdelen daarvan) beoogt, kan de omstandigheid dat dit eveneens kan leiden tot een maximalisatie van de uitbetaling van de schuldeisers, niet tot gevolg hebben dat de bescherming van werknemers niet van toepassing is bij een overgang van een onderneming die in het kader van een pre-pack plaatsvindt. Eindoordeel AG Volgens de AG blijft de richtlijn van toepassing op de overgang van een onderneming of delen daarvan in de pre-pack procedure. Het is aan de Nederlandse rechter om ervoor te zorgen dat de bescherming die de richtlijn aan werknemers geeft, wordt gewaarborgd tijdens de pre-pack overgang.

Of dit een begin is aan het einde van de pre-pack of dat dit al werd ingezet door een opklauterende economie is afwachten. De conclusie van de AG toont aan dat het gekozen construct in Nederland en binnen de EU vooralsnog niet klaar is voor de catwalk. Bron: SDU Opmaat.

#faillissement #specialistfaillissementsrecht #juridischadvies

0 keer bekeken